reizen

Felicia reist met haar gezin de wereld over: 'Ik heb vliegangst, en niet zo'n beetje ook'

Felicia reist met haar gezin de wereld over: 'Ik heb vliegangst, en niet zo'n beetje ook'

Felicia (37) en haar man Corné hadden het voortkabbelende leven in Nederland wel gezien. Met kroost en al stapten ze het vliegtuig in en reizen momenteel de halve wereld over.

| Felicia da Costa

Voor LINDA.reizen doet Felicia verslag van haar reis door Australië, Nieuw-Zeeland, Fiji, Argentinië en Chili.

Lees ook
Felicia is met haar gezin op wereldreis: ‘Ik wil niet meer naar huis, nooit meer’

Tijdens het uitstippelen van onze wereldreis hadden we allebei een aantal plekken hoog op onze verlanglijst staan. Bij mij was dat Australië (en dan Byron Bay in het bijzonder), en C. wilde naar Nieuw-Zeeland. Prima, dacht ik toen. Want behalve de temperatuur zal er wel veel hetzelfde, of in ieder geval veel vergelijkbaar, zijn.

Man, was I wrong. Verlieten we Sydney al met weemoed (want: wát een stad, wát een levenskwaliteit, wát een wereldplek), onze aankomst in Christchurch maakte het er niet veel beter op. Weliswaar nog droog, maar zo’n vijftien graden kouder en veel minder toegankelijk dan Australië. Tel daar nog een volledig verkeerd ingerichte eerste dag bij op (lees: een afschuwelijke markt, een stampvolle shopping mall vol boze mensen en zeer matig eten) en de treurnis was compleet. Gelukkig had C. wel een fijn hotel geregeld, midden in de stad, wat dag twee iets rooskleuriger maakte, en dus ook gezelliger. Wie zoekt zal vinden, dat bleek maar weer eens, want uiteindelijk lukte het ons toch om lekkere koffie te vinden en kochten we zelfs leuke nieuwe schoenen voor Alba, die nog harder groeit dan thuis en alleen nog maar in haar regenlaarzen paste.

Nieuw Zeeland

Die regenlaarzen kwamen (én komen) hier overigens goed van pas, want het regent dus vrij vaak. Om niet te zeggen bijna iedere dag. Ja echt. Onze eerste onderneming, naar de donkerste plek ter wereld en dus waanzinnige sterrenhemel, viel daardoor letterlijk in het water, want het is wat moeilijk sterren kijken als de lucht non-stop grijs en regenachtig is. Ook het schijnbaar prachtige meer was nauwelijks zichtbaar, en we vertrokken met gierende banden naar de volgende bestemming: Queenstown. Een mondaine stad, pal aan een prachtig meer, met leuke restaurants en genoeg speeltuinen. En, ook niet onbelangrijk: mooi weer. Maar laat dit nou de enige plek zijn waar ik (stiekem) op noodweer hoopte.

Deze plek vormde namelijk het startpunt van waar het C. eigenlijk allemaal om te doen was: de Milford Sound. Een fjordengebied dat kennelijk onmisbaar is op je New Zealand bucketlist. Klein detail: dat gebied is slechts op twee manieren te bereiken. Óf met de auto (vijf uur heen én dus ook vijf uur terug) óf per vliegtuig(je). We hebben extreem wagenzieke kinderen, dus de eerste optie was, ehm, geen optie. Alleen al het idee dat we tien uur in de auto zouden moeten zitten voor een boottocht van nog geen twee uur was op z’n minst gezegd absoluut niet aanlokkelijk, en dus stemde ik maanden geleden in met het idee om dan maar te vliegen. C. had naar eigen zeggen géén idee wat voor soort vliegtuig het zou zijn, maar ‘maak je geen zorgen, ik regel echt iets normaals’.

Nog een klein detail: ik heb vliegangst. En niet zo’n beetje ook. Ik weet het, stapelgek als je bedenkt dat ik schrijf over reizen – bijna hilarisch eigenlijk, als ik het nu zo zeg. Elke vlucht, kort of lang, is een hel en gaat gepaard met zweten, tabletjes en duizend doden sterven bij ieder geluid of luchtzakje. Maar goed, the things you do for love, dat verhaal, plus de wetenschap dat C. dit écht heel erg graag wilde zien en de overweging dat je anders nergens komt, als je niet meer vliegt, trokken me over de streep.

En toen pasten er ineens welgeteld acht mensen in het toestel(letje). Inclusief piloot. Voor gek worden was er geen tijd meer, wel voor een extra tablet en stille woede richting C.

Maar eerlijk is eerlijk, het was prachtig. Adembenemend zelfs – letterlijk en figuurlijk – en het budget overschrijdende bedrag meer dan waard, want op deze manier vingen we drie vliegen in een klap: de bijzondere boottocht, de fantastische scenic flight heen en terug (waar mensen grof geld voor betalen) én het omzeilen van de enorme autoreis. Elk nadeel heb z’n voordeel.

En zo reizen we verder, dwars door Nieuw-Zeeland, per auto, boot en, angsten of niet, af en toe een minivliegtuigje. Behalve een prachtige en onvergetelijke (gezins)ervaring blijkt deze wereldreis ook steeds meer een persoonlijke tocht te worden: just do it.

Meer zien van Fee en haar wereldreis? Al haar verhalen vind je op The Travelling Toddler. En voor alle foto’s moet je hier zijn.

Meer van dit soort vrolijke berichten op je tijdlijn? Volg LINDA.reizen nu ook op Facebook. Lijkt die winter nét iets minder lang te duren. 

SNACKS | COLUMNS | LIFESTYLE | BUITENLAND | REIZEN

Bron: Felicia da Costa | Foto: Felicia da Costa

Foutje gezien? Mail ons. We zijn je dankbaar

Reacties

Meer reizen

Meest gelezen

Lees dit ook even

Please update your browser